Bumble Bee Slim (1905 – 1968)


Het is haast niet te bevatten. Je verkoopt miljoenen platen, speelt met de beste musici, staat aan de wieg van wat later de meest invloedrijke bluesstijl – de Chicago Blues – zou worden en nu weet haast niemand meer wie je bent. Dit overkwam Amos Easton, die beter bekend staat onder de naam Bumble Bee Slim. Hoewel hij een prima en veelzijdig gitarist in de Piedmont-stijl was, was hij beter bekend als zanger, die zich regelmatig door anderen liet begeleiden. Hij blonk vooral uit door zijn humoristische en filosofische teksten. 

Admirl Amos Easton werd geboren op 7 mei 1905 in Brunswick, Georgia in een gezin van zes kinderen. Hij schreef zelf zijn eerste voornaam als ‘Admirl’. Toen hij vier jaar oud was overleed zijn vader, waarop zijn moeder hertrouwde. De jongen ging kort daarna op het land werken. Op negenjarige leeftijd deed hij zijn eerste poging om van huis weg te gaan. Hij zette een kraampje op waar hij haar knipte en pinda's verkocht, totdat zijn familie hem vond en terugbracht. Toen hij ongeveer vijftien was, sloot Easton zich aan bij het circus van de Ringling Brothers en reisde hij twee jaar lang door het zuiden en middenwesten van de Verenigde Staten. Terug in Georgia had hij verschillende banen en trouwde kort voordat hij met een goederentrein naar Indianapolis reisde, waar hij zich in 1928 vestigde. aar ontmoette hij de pianist Leroy Carr en de gitarist Scrapper Blackwell en werd door hen beïnvloed.

In 1931 verhuisde hij naar Chicago, waar hij onder de naam Bumble Bee Slim voor Paramount Records zijn eerste opnames maakte. Vermoedelijk verwijst de door hem gekozen naam naar de hit van een jaar daarvoor van Memphis Minnie met dezelfde naam. In 1932 werd zijn nummer "B&O Blues" een hit voor Vocalion Records. In de daaropvolgende vijf jaar nam hij meer dan 150 nummers op voor Decca Records, Bluebird Records en Vocalion. Hij wekte samen met muzikanten als Cripple Clarence Lofton, Black Bob, Big Bill Broonzy, Peetie Wheatstraw, Tampa Red, Memphis Minnie en Washboard Sam. Enkele bekende nummers zijn “Feather Bed Blues”, “Ida Red” en “I’m Needing Someone”. Als gitarist en zanger is hij daarnaast zelf als begeleider te horen op diverse artiesten uit de stal van Lester Melrose’s Bluebird label, terwijl zijn eigen platen om de een of andere reden uitkwamen bij Vocalion. 

Halverwege de jaren dertig kon hij als een van de bestverkopende artiesten kiezen uit de beste muzikanten om hem te begeleiden. Pianist Albert Ammons en gitarist Lonnie Johnson behoorden tot zijn vaste begeleiders.

 

Ondanks zijn succes in Chicago keerde hij tamelijk gefrustreerd in 1937 terug naar Georgia. Hij was niet blij met de beperking, die hem door de platenmaatschappijen werden opgelegd, en ook het geringe inkomen dat hij ondanks zijn successen ontving, stelde hem zwaar teleur. Vier jaar later dook hij op in Los Angeles, Californië, kennelijk in de hoop door te breken in de filmwereld als songwriter en komiek. In de jaren 50 nam hij verschillende albums op, maar deze hadden weinig impact. Teleurgesteld keerde hij terug naar de bluesmuziek. Zijn laatste album, “Back In Town”, waarop hij werd begeleid door jazzmuzikanten werd in 1962 uitgebracht door Pacific Jazz Records. Helaas werd dit geen succes.

Hij bleef optreden in clubs in en rond Los Angeles tot aan zijn dood op 8 juni 1968.

In 2022 plaatste het Killer Blues Headstone Project een grafsteen voor hem bij de St. Matthews AME Church in Waynesville, Georgia.

22-07-2026